Documentatiereeks parapsychologie


[deel 1]   Inleiding in de parapsychologie
[deel 2]  
Psychokinese en poltergeist
[deel 4]   Uittredingen en bijna-dood-ervaringen
[deel 6]   Spiritisme en channeling
[deel 7]   Reïncarnatieonderzoek


Inleiding in de parapsychologie

    download dit artikel
als PDF bestand

door: Prof.dr. J.L.F. Gerding

Inhoudsopgave

Inleiding

1. Het paranormale
1.1 Wat is er ‘para’ aan paranormaal?
1.2 Criteria: wanneer noemen we iets paranormaal?
1.3 Klassieke indeling

2. Normaal en paranormaal waarnemen
2.1 Psychische verschijnselen
2.2 Fysische verschijnselen
2.3 Bewuste en onbewuste psi
2.4 Het paranormale nog eens op zijn kop gezet
2.5 Voort-bestaan, voor-bestaan, uittredingen en paranormale therapie

3. Vragen
3.1 Is ieder mens paranormaal begaafd?
3.2 Wel of niet een paragnost raadplegen?
3.3 Zijn paranormale vermogens te ontwikkelen?
3.4 Kun je je ‘afsluiten’ voor paranormale indrukken? 3.5 Wat doet een parapsycholoog?

4. Nieuwe termen: anders denken?
4.1 Psi is anomaal
4.2 Bestaan of niet bestaan, dat is de kwestie

5. Gisteren, vandaag en morgen
5.1 Enkele historische feiten
5.2 Onderwijs en onderzoek in de parapsychologie in Nederland
5.3 Psi en internet


Inleiding

Dit is het inleidende deel van een reeks over parapsychologie. Tegenwoordig is er bij het grote publiek en daardoor ook in de media een grote en sterk groeiende belangstelling voor onderwerpen die rechtstreeks of indirect met de parapsychologie te maken hebben. Voor wie serieus geïnteresseerd is en naar informatie zoekt, is het aanbod dat men in de meeste gevallen het eerst tegenkomt onvolledig en bijzonder slecht van kwaliteit. In radio- en tv-programma's, in de dag- en weekbladpers en in tijdschriften die geheel aan het ‘occulte’ zijn gewijd, duiken vaak ‘paranormale’ verhalen op waarbij de nadruk op sensatie ligt. Op de vele para-beurzen overal in het land, prijzen ‘zieners’, ‘therapeuten’, en warhoofden allerhande waar en diensten aan waar men niet veel wijzer van wordt.
In deze documentatie-reeks van het Parapsychologisch Instituut maakt u kennis met de meest uiteenlopende paranormale ervaringen van ‘gewone mensen’. U maakt kennis met wat onderzoekers en filosofen die zich met dit vakgebied hebben beziggehouden, boven tafel hebben weten te krijgen. Dat is veel meer dan de meeste mensen denken. Minstens even boeiend zijn bovendien de gevolgen die de uitkomsten van het onderzoek hebben voor ons denken over mens en wereld. En zelfs de vragen waar men mee blijft zitten, zijn fascinerend en uitdagend. Tevens wordt, waar nodig, ingegaan op wat sjamanen, mystici en wijzen over deze moeilijk toegankelijke domeinen van de geest te zeggen hebben.
De bedoeling van deze reeks is om u in te leiden in het vakgebied, de relatie die het heeft met paranormale ervaringen van ‘gewone mensen’, de raakvlakken die het heeft met andere vakgebieden, en met andere culturen. Door kennis te nemen van wat in deze reeks wordt aangeboden, bent u beter in staat om uw eigen mening te vormen, en zo in de veelheid van informatie uw weg te vinden.

1. Het paranormale

1.1 Wat is er ‘para’ aan paranormaal?

Hoewel de belangstelling voor het paranormale toeneemt, bestaan er nog steeds opmerkelijke misvattingen over paranormale zaken als helderziendheid, telepathie, poltergeistverschijnselen, spiritisme en dergelijke. Bij het woord paranormaal denkt men aan een wereld van nog onbegrepen mysterieuze krachten en machten, of aan invloeden vanuit een hogere werkelijkheid, zelfs van ‘gene zijde’. Maar dat is niet wat het woord ‘paranormaal’ letterlijk betekent.

Het voorvoegsel para betekent naast; ‘paranormaal’ verwijst dus naar iets dat naast het normale staat. We gebruiken dit woord dan ook voor het aanduiden van menselijke ervaringen die niet passen bij wat men in onze westers-wetenschappelijke cultuur als normaal beschouwt; er is (nog) geen verklaring voor. Het is belangrijk daarbij stil te staan. Het voorvoegsel ‘para’ slaat dus primair op ons tekort schietend begrip van de wereld. De ervaringen zelf echter die paranormaal genoemd worden, maken gewoon deel uit van de wereld als geheel en staan daar niet ‘naast’. Want zowel in het heden als in het verre verleden, zowel in onze als in andere culturen hebben mensen altijd al ervaringen gemeld die wij nu paranormaal noemen.
In deze docu-reeks zal op vele kanten van het paranormale worden ingegaan. In dit inleidende deel willen we alvast een overzicht en een voorproef geven van dit fascinerende vakgebied. Wie het paranormale serieus bestudeert, komt niet alleen in aanraking met merkwaardige verschijnselen, maar ook met sterk uiteenlopende visies daarop, met filosofische vragen, en met antwoorden die vanuit verschillende culturen worden aangereikt. Die antwoorden zijn vaak onderling tegenstrijdig. Verdiepen we ons in het paranormale, dan merken we dat ons begrip van het ‘bekende’ of het ‘normale’ eveneens incompleet is. Daarom dient ook het ‘normale’ ter discussie te staan als men het para-normale probeert te begrijpen.


1.2 Criteria: wanneer noemen we iets paranormaal?

Het begrip ‘paranormaal’ blijkt voor veel mensen een vergaarbak-functie te hebben. Verschijnselen die niet onmiddelijk begrepen worden, krijgen gemakkelijk en vaak onterecht het etiket ‘paranormaal’ opgeplakt. Voordat parapsychologen een verschijnsel als mogelijk paranormaal bestempelen, moet het aan een aantal eisen voldoen.

Stel, iemand meent in een droom een voorspellende paranormale waarneming te hebben beleefd. Hoe kunnen we nu nagaan of de droom inderdaad paranormale ingrediënten heeft bevat? Allereerst moet de dromer kunnen aantonen dat hij de droom inderdaad heeft gehad. Dat is bijvoorbeeld het geval als er getuigen zijn die bevestigen dat de dromer zijn voorspellende droom vertelde vóórdat deze uitkwam.
Ten tweede moet de droom betrekking hebben op een gebeurtenis die controleerbaar is. De uitspraak; ‘...een engel voorspelde mij dat tegenwoordig steeds meer zielen van pas overledenen in de war zullen zijn bij de overgang...’, is niet controleerbaar en kan daarom niet als een paranormale waarneming worden gezien. Ook vage indrukken ('ik had al zo'n gevoel dat…') die je achteraf kan ‘aanpassen’, kunnen natuurlijk niet als paranormaal gelden.
Ten derde moeten het verslag van de droom en de werkelijke gebeurtenis waar die droom mee overeen zou moeten komen, goed bij elkaar passen. Dingen die achteraf niet bleken te kloppen mogen niet uit het droomverslag weggelaten worden. Ook mogen vage onderdelen van de droom niet naar de werkelijke gebeurtenis ‘toegepraat’ worden.
Ten vierde mag de gebeurtenis waarover gedroomd werd niet normaal zintuiglijk waarneembaar zijn geweest. Dit zintuiglijk waarnemen houdt meer in dan bewust horen, zien, voelen, ruiken of proeven. We nemen veel dingen om ons heen waar op een normaal-zintuiglijke wijze, zónder dat we daar erg in hebben; ‘...ik droomde dat er vannacht vuurwerk was aan de overkant...’, kan berusten op onbewust horen en wellicht ook ruiken.
In de vijfde plaats is er geen sprake van paranormale informatie, als een droom gaat over iets dat te verwachten is of op voorhand door redeneren voorspeld kan worden (‘...ik droomde dat de bosbrand in Frankrijk uiteindelijk geblust zal worden...’).
Vervolgens is een droom uiteraard ook niet paranormaal als de dromer de inhoud van zijn droom zelf waarmaakt (‘...ik droomde dat ik een geel colbertje droeg...’, en vervolgens dat jasje kopen).
Belangrijk is verder dat de tijd die verstrijkt tussen een paranormale droom en het uitkomen ervan niet te lang is. Stel dat de heer P. zijn been breekt en zijn buurman zegt; ‘...dertig jaar geleden droomde ik al dat P. zijn been zou breken...’. De buurman heeft dan geen paranormale droom gehad, want veel mensen breken ooit wel eens hun been. De kans dat die droom ooit uit zou komen is tamelijk groot. De droom zou wel als paranormaal kunnen gelden als P. direct de dag na de droom zijn been zou breken, zeker als de heer P. boekhouder is en die dag gewoon zijn werk doet. Maar als de buurman zou weten dat P. die dag niet naar zijn werk zou gaan, en als stuntman in een film op zou treden, is de ‘voorspellende droom’ niet zo paranormaal maar eerder iets dat op grond van logisch redeneren kon worden verwacht.
Het is onnodig te zeggen dat er geen bedrog in het spel mag zijn; een verzonnen verhaal of een goocheltruc heeft niets met parapsychologie te maken.

Een waarneming kan paranormaal genoemd worden als
1. er getuigen zijn;
2. er controle mogelijk is in een concrete situatie;
3. er voldoende specifieke overeenkomsten zijn met de werkelijkheid;
4. de ervaring niet kan berusten op normale waarneming;
5. het waargenomene niet op basis van redeneren of verwachting kon worden afgeleid;
6. het waargenomene niet door iemand zelf ‘waar gemaakt’ wordt;
7. er weinig tijd verloopt tussen de paranormale waarneming en de gebeurtenis;
8. er geen bedrog is.

Zijn er eigenlijk wel verschijnselen die aan deze strenge eisen voldoen? Zijn paranormale verschijnselen eigenlijk wel bewezen?
Vele jaren van parapsychologisch onderzoek hebben inmiddels wel degelijk voldoende gegevens opgeleverd waarmee het bestaan van paranormale verschijnselen bijzonder aannemelijk is gemaakt (zie vooral deel 2 en 3 van de reeks). Toch denken veel mensen ten onrechte dat het paranormale nog niet bewezen is, of erger, niet bewezen of onderzocht kan worden.


1.3 Klassieke indeling

Er is een keur aan verschillende ervaringen, die in de parapsychologie aan de orde komen; telepathie, uittredingen, het zien van ‘geesten’, voorwerpen die ‘vanzelf’ in beweging komen, bijna-dood-ervaringen, helderziendheid, enzovoort. Hoe worden al die verschillende ervaringen bekeken? We zullen eerst een kijkje nemen in de klassieke indeling die in standaardwerken over parapsychologie wordt aangehouden. Om te beginnen maakt men daarin een onderscheid tussen psychische en fysische paranormale verschijnselen.

Van een psychisch paranormaal verschijnsel is alleen degene die het meemaakt getuige. Iemand droomt bijvoorbeeld dat een geliefd persoon plotseling is overleden. De droom is zo sterk dat de dromer er niet alleen wakker van is geworden, maar ook bang dat de droom uit zal komen. Een telegram bevestigt de volgende dag inderdaad de bange voorgevoelens, en de dromer kon op geen enkele wijze langs de normale weg kennis hebben van dit overlijden. De droom kan dus opgevat worden als een paranormale waarneming. De dromer kan over zijn droom vertellen, maar kan anderen er geen getuige van laten zijn. De droom is een psychisch paranormaal verschijnsel; hij bestaat alleen mentaal, nl. in de psyche van de persoon die de droom had.

Bij een fysisch paranormaal verschijnsel ligt dat anders. Er zijn meldingen van meerdere personen die bijvoorbeeld een voorwerp door de kamer zien vliegen, terwijl die waarnemers ervan overtuigd zijn dat dit voorwerp ‘vanzelf`’ in beweging kwam. Bij sommige van dit soort meldingen kunnen normale verklaringen zo goed worden uitgesloten, dat de gebeurtenis kan worden opgevat als paranormaal. Hier heeft het paranormale betrekking op een fysisch ding buiten de mens en kan door meerdere mensen worden waargenomen.

Van zowel de psychische als de fysische paranormale ervaringen bestaan verzamelingen spontane gevallen. Het spreekt vanzelf dat onderzoekers die deze gevallen bestuderen alleen kunnen afgaan op de betrouwbaarheid van getuigen. Op grond van getuigenverklaringen worden vervolgens die paranormale ervaringen zo goed mogelijk gereconstrueerd. Ze leren ons veel over hoe het paranormale in het dagelijks leven voorkomt.
Onderzoekers echter willen het paranormale ook onder gecontroleerde en volledig betrouwbare omstandigheden kunnen bestuderen. Daarom zijn zij ertoe overgegaan experimenten te ontwerpen die ons iets kunnen leren over het paranormale proces, en waarin vragen onderzocht worden als: onder welke omstandigheden lukken experimenten beter, welke mensen zijn goede proefpersonen, ... enzovoort.

In deze docu-reeks komt natuurlijk de grote verscheidenheid van paranormale verschijnselen aan de orde. Het inleidende deel is bedoeld als een ordening van de vele verschillende fenomenen. Op grond van het bovenstaande zou men kunnen zeggen dat een paranormaal fenomeen altijd in een van vier mogelijke categorieën valt; een paranormaal verschijnsel is psychisch of fysisch, en het is waargenomen in een spontane paranormale ervaring of in een experiment. Over deze klassieke indeling is veel discussie mogelijk. Elementen daarvan zullen hieronder en elders in deze documentatie-reeks besproken worden.
Tenslotte nog een opmerking over de terminologie. Onder andere omdat er discussie mogelijk is over het onderscheid psychisch of fysisch, wordt er, vooral als men het paranormale in het algemeen bedoelt, tegenwoordig vaak gesproken wordt over ‘psi’, ‘psi-verschijnselen’ en ‘psi-vermogens’. Psi is de letter waarmee het Griekse woord psyche (ziel) begint. Door de term ‘psi’ wil men aangeven, dat de verschijnselen op de een of andere wijze met de psyche in verband staan. Bovendien is de term ‘psi’ neutraal. Het is een term die niet al vooruitloopt op een ‘verklaring’ voor het onbegrepene (zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met de termen helder-ziendheid, uit-treding, enz.). De begrippen ‘psi’ en ‘paranormaal’ worden meestal door elkaar gebruikt.


2. Normaal en paranormaal waarnemen

De wereld om ons heen leren we kennen via onze vijf zintuigen. We kunnen mensen en dingen buiten ons zien, horen, voelen, proeven en ruiken. De normale waarneming is absoluut geen eenvoudig en geheel begrepen proces - wanneer we iets zien bijvoorbeeld, wil dat zeggen dat lichtstralen onze ogen bereiken en dat informatie daarover via de oogzenuwen in de hersenen terechtkomt. Maar hoe dit fysiologisch mechanisme zich verhoudt tot onze bewustwording van de bron van die lichtstralen, is nog onbekend.

Wel kunnen we zeggen dat:
1. de normale waarneming gebonden is aan de zintuigen (als een zintuig defect raakt, wordt waarnemen met dat zintuig onmogelijk),
2. normale waarneming betrekking heeft op dingen waar we in tijd en ruimte contact mee hebben (de dingen die morgen in mijn blikveld zullen verschijnen, kan ik nu nog niet zien).
Dit alles lijkt zo vanzelfsprekend dat niemand zich erover ver-wondert. We zijn geneigd aan te nemen dat we zijn overgeleverd aan de beperkingen van de zintuigen, en de grenzen van ruimte en tijd.

Dingen die we eenmaal hebben waargenomen kunnen ons later opnieuw voor de geest komen. Dit gebeurt als we ons iets her-in-neren of als we fan-taseren, dromen of hallu-cineren. Een hallucinatie is een zinsbegoocheling, waarbij iemand iets lijkt waar te nemen dat voor anderen niet waarneembaar is.
Zonder dat daar enig bewijs voor is, gaan veel mensen er van uit dat de dingen die wij waarnemen binnen normaal zintuiglijk bereik zijn en zich afspelen binnen de grenzen van tijd en ruimte (die met moderne communicatie- en registratiemiddelen ‘oprekbaar’ zijn), ofwel afkomstig zijn uit ons geheu-gen, ofwel zijn opgebouwd uit verklaarbare vervormingen van de werkelijkheid (hallucinaties).

Deze vanzelfsprekendheden zijn echter opeens niet zo vanzelfsprekend meer, wanneer men in aanraking komt met paranormale waarneming. Dan gaat het namelijk om indrukken of voorstellingen die overeenstemmen met iets buiten onszelf dat wij on-mo-gelijk hadden kunnen zien, ruiken, proeven, horen of voelen, terwijl ook in het geheugen (opgevat als persoonsgebonden gesloten geheugen) die kennis niet voorhanden had kunnen zijn.
Wie droomt dat een geliefd persoon die in het buitenland woont plotseling is overleden, en dit de volgende morgen bevestigd ziet, heeft mogelijk iets ‘waargenomen’. Maar in dat geval is er geen sprake van een normale waarneming, omdat geen van de vijf zintuigen ingeschakeld was. En dat kan betekenen dat ruimte en tijd niet zo onbuigzaam zijn als wij doorgaans denken, en dat men op paranormale wijze iets kan waarnemen wat elders gebeurt (ruimte-overschrijdend), wat in het verleden is gebeurd of wat zelfs nog moet plaatsvinden (tijd-overschrijdend). Zo'n waarneming is vergelijkbaar met een hallucinatie. Het is echter geen gewone hallucinatie, maar een die rechtstreeks te maken heeft met de realiteit om ons heen, een zogeheten ‘veridieke’ (Lat.verus=waar) hallucinatie.


2.1 Psychische verschijnselen

Paranormale waarnemingen, de psychische paranormale verschijnselen, kan men al naar gelang hun onderwerp in twee groepen indelen:
1. Telepathie: men heeft een indruk van wat iemand anders denkt of voelt, zonder dat men dit via zintuiglijke waarneming of logisch nadenken te weten kon komen (bijvoorbeeld; weten dat een verre vriend te horen heeft gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is).
2. Helderziendheid: men heeft een indruk van een objectieve situatie ergens anders, terwijl men dit niet via zintuiglijke waarneming of logisch nadenken te weten kon komen (bijvoorbeeld: weten dat op een bepaalde plaats een eeuwenoude boom is omgevallen)

Het typerende van zowel helderziendheid als telepathie is dus dat wij iets over de wereld om ons heen ervaren, een ervaring die ‘zich niets aantrekt’ van de grenzen van tijd en ruimte, die eigen zijn aan de normale waarneming. Telepathie en helderziendheid worden daarom samengenomen in het begrip buiten-zintuiglijke waarneming of ESP (extra-sensory perception).
Kortom; telepathie en helderziendheid zijn psychische verschijnselen, die niet passen binnen wat wij in onze cultuur als normaal aannemen. Dat zegt niets over de verschijnselen zelf, het zegt iets over de manier waarop wij de wereld indelen in normaal en paranormaal.


2.2 Fysische verschijnselen

We nemen niet alleen de wereld om ons heen waar, we kunnen handelen. We kunnen dingen in beweging bren-gen: met stoelen schuiven, op knoppen drukken, een glas oppakken. Dat zijn voorbeelden van normale bewegingen.

Bij normale beweging:
1. gebruiken we ons lichaam
2. hebben we contact met de dingen in tijd en ruimte, met of zonder hulpmiddelen. Ook als we vanaf de aarde het instrumentarium van een satelliet bedienen, is er sprake van normale, bekende beweging.

Bij paranormale beweging brengen wij iets buiten ons lichaam in beweging, zonder onze handen of andere hulpmiddelen te gebruiken. In de parapsychologie wordt dat verschijnsel psycho-kinese genoemd. Kinese betekent beweging, en psycho-kinese betekent dus: bewegen door de psyche. Er zijn spontane gevallen gemeld waarin binnenshuis potten, pannen en serviesgoed ‘vanzelf’, zonder gebruikmaking van spierkracht of afgeleide daarvan in beweging kwam, klopgeluiden werden gehoord of voorwerpen verdwenen. Voor dit soort verschijnselen gebruikt de parapsychologie de term ‘poltergeist’. In deel 3 worden deze verschijnselen uitvoerig besproken, maar nu reeds willen we duidelijk zeggen dat we bij poltergeistverschijnselen niet in eerste instantie aan ‘geesten’ van overledenen moeten denken. We denken eerder aan ‘psychokinese’, aan onbegrepen verschijnselen die in relatie tot de hier en nu levende mens zelf bestudeerd kunnen worden.
Naast spontane gevallen, wordt psychokinese ook in experimentele context onderzocht. In experimenten moeten proefpersonen zonder hun lichaam te gebruiken iets beïnvloeden, bijvoorbeeld: vallende dobbelstenen of processen die zichtbaar worden op het beeldscherm van een computer.


2.3 Bewuste en onbewuste psi

Veel psi is onbewust. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat degene bij wie in de buurt poltergeistactiviteit wordt waargenomen, in eerste instantie zelf niet weet dat hij degene is die het ‘doet’. Ook paranormaal waarnemen verloopt in de regel spontaan en zonder bewuste aanzet. Men krijgt geen paranormale droom doordat men zich dit voornam. Pas achteraf, bijvoorbeeld in het eerder beschreven voorbeeld van een plotseling overlijden blijkt, als men net een telegram ontvangt, dat de eerdere droom daarover mogelijk paranormaal is geweest.
Sommige psi echter is het resultaat van bewuste inspanning. Dat is bijvoorbeeld het geval in experimenten waarin proefpersonen een taak krijgen waar zij zich bewust op richten. Over het algemeen is het bewust-paranormale dat zich in experimenten openbaart, veel zwakker dan de niet bewust gezochte spontane paranormale ervaringen in het dagelijks leven.
Daarnaast lijkt het erop dat sommige mensen die menen paranormaal begaafd te zijn, incidenteel erin slagen om bewust indrukken te krijgen over vermiste personen of daders van ernstige misdrijven. Zo iemand noemt zich wel paragnost. Helaas zien veel mensen die minder succesvol zijn zichzelf om dubieuze redenen vaak ook als paragnost. In deel .. komen de prestaties van paragnosten aan de orde. Nu willen we er slechts over zeggen dat de prestaties van deze mensen door henzelf en het grote publiek bijna altijd schromelijk overdreven worden. Dat wil echter niet zeggen dat er af en toe ook heel bijzondere dingen gebeuren, die voor parapsychologen bijzonder interessant zijn.

Samenvattend:
psi komt voor tussen de mens en de wereld rondom:
- mentaal, tussen mens en medemens (telepathie, een vorm van ESP)
- mentaal, tussen mens en situaties (helderziendheid, ook een vorm van ESP)
- fysisch, tussen mens en objecten (psychokinese, PK)

Voor alle drie soorten van paranormale ervaring geldt, dat er ook andere termen bestaan, die allemaal min of meer hetzelfde betekenen. Deze termen komen aan de orde in de diverse delen van deze reeks, de hierboven staande zijn de belangrijkste en worden het meest gebruikt.
Voor de volledigheid vermelden we nog twee termen die met het overschrijden van de tijdsgrens te maken hebben; retroscopie (terugschouw) en precognitie (voorschouw). Het zijn gevallen van ESP, die inhouden dat mensen indrukken krijgen van zaken die in het verleden zijn gebeurd (het moeten dan wel zaken zijn waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat het waargenomene niet langs normale weg bekend kon zijn) en van zaken die in de toekomst plaats vinden (daarbij moet aannemelijk gemaakt kunnen worden dat het waargenomene niet in de lijn der verwachting lag of door berekenen bekend kon zijn).
Een klassieke indeling die tot op heden nog vaak gebruikt wordt, is dus de volgende:


ESP (spontaan en experimenteel)
Psi, het paranormale
PK (spontaan en experimenteel)


2.4 Het paranormale nog eens op zijn kop gezet

Hierboven hebben we gezegd dat over de terminologie die in de parapsychologie gebruikt wordt discussie mogelijk is. Daarover kunnen we nu iets zeggen. We hebben telepathie omschreven als paranormaal contact tussen mensen, omdat het gaat om een mentale gebeurtenis bij de ene mens die wordt ‘waargenomen’ door een ander.
We kunnen hetzelfde echter ook anders zeggen. Het is niet ondenkbaar dat degene die paranormaal waarnam dat zijn vriend ernstig ziek is, niet diens mentale ervaring waarnam, maar diens medisch rapport zélf paranormaal waarnam, en het geziene onbewust tot een waarneming bij zichzelf verwerkte. In dat geval zou wat we eerst telepathie noemden (de mentale ervaring van een ander delen), nu ineens helderziendheid (een objectief ‘ding’ zien) heten.
Een derde manier om dezelfde ervaring te interpreteren is om het op te vatten als psychokinese. Stel bijvoorbeeld dat de zieke tijdens het gesprek met de dokter, op afstand, de hersenen van zijn vriend beïnvloedde, die daardoor beelden kreeg van zijn zieke vriend. In dat geval is wat we in eerste instantie als telepathie hebben opgevat, en daarna als helderziendheid, nu ineens een geval van psychokinese geworden.
Dit lijken misschien wel gekunstelde interpretaties. Maar we moeten niet vergeten dat we het hebben over zaken die we in beginsel toch al niet begrijpen. Daarom is het goed er rekening mee te houden dat de ervaringen heel anders in elkaar zouden kunnen zitten dan wij denken als wij onze standaard categorieën telepathie, helderziendheid en psychokinese gebruiken. Wij zullen ons in deze reeks aan de standaard indeling houden, en als we daarvan afwijken wordt dat duidelijk vermeld. We maken bij dat gebruik van termen wel de kanttekening dat het paranormale wel eens heel anders zou kunnen werken dan de klassieke indeling suggereert, of dan wij nu denken.


2.5 Voort-bestaan, voor-bestaan, uittredingen en paranormale therapie

Naast de verschijnselen die we ingedeeld hebben in paranormale waarneming en paranormale beweging zijn er andere fenomenen, die op het eerste gezicht niet in deze twee rubrieken ondergebracht lijken te kunnen worden, maar die wel degelijk tot het terrein van de parapsychologie gerekend worden. Ze worden in de reeks uitvoerig besproken. Hier gaan we er kort op in.

Spiritisme
Sommige paranormale verschijnselen worden in verband gebracht met een leven na de dood. De gedachte dat er een voortbestaan is en dat wij als levenden met overledenen kunnen communiceren wordt spiritisme (v. Lat. spiritus = geest) genoemd. Het spiritisme is een geloof, en staat als zodanig los van de parapsychologie. Tijdens een spiritistische seance legt het ‘medium’, degene die in een trance toestand raakt, ‘contact met de overledenen’ die ‘zich melden’ of ‘opgeroepen’ worden. In de ogen van spiritisten spreekt de overledene via het medium de aanzittenden toe.
Soms doet een medium uitspraken over een overledene, terwijl zij de gegeven informatie niet langs normale weg te weten kan zijn gekomen. Dat is, in de ogen van een parapsycholoog, dan minstens een geval van ESP. De informatie kan bijvoorbeeld ‘opgepikt’ zijn van de echtgenote van de overledene die bij de seance aanwezig is. De eerste parapsychologen zijn daarom begonnen met het onderzoek van de verschijnselen die zich voordeden tijdens spiritistische seances. Spiritisten echter zeggen dat het de overledene zelf was die de informatie verstrekte. Dat is hun interpretatie van wat er tijdens zo'n seance gebeurt. Die interpretatie kan bewezen noch weerlegd worden, reden waarom het spiritisme als geloof wordt gezien (zie deel 6 van deze reeks).

Reïncarnatie
Er zijn mensen die herinneringen hebben, die zij toeschrijven aan vorige levens. Dat wordt reïncarnatie genoemd. Dit wordt alleen dan tot het onderzoeksgebied van de parapsychologie gerekend, als zo'n herinnering gedetailleerde informatie bevat die controleerbaar is, en niet langs normale weg bekend kan zijn geworden (bv. iemand is voor het eerst van zijn leven in land X, komt in dorp Y en zegt ‘Hier stond vroeger een heel andere kerk’, en beschrijft vervolgens die kerk juist). Als dat het geval is, is er in de ogen van een parapsycholoog mogelijk sprake van ESP, (telepathisch contact met iemand die dat weet, een helderziend contact met een boek waarin dat staat, of een rechtstreeks paranormaal contact met die plek zelf). Aanhangers van de reïncarnatiegedachte kunnen denken dat het om herinneringen uit een werkelijk vorig leven gaat. Dat laatste kan, evenals bij het spiritisme, niet op een ondubbelzinnige wijze bewezen of weerlegd worden (zie deel 7 van deze reeks).

Uittredingen
Relatief veel mensen melden de ervaring waarbij zij duidelijk het gevoel hebben zich buiten hun lichaam te bevinden. We spreken dan van een uittreding of buiten-lichamelijke-ervaring (out-of-body-experience, OBE). De uittreder heeft de ervaring in zijn astrale lichaam naar andere plaatsen te reizen, terwijl hij zijn fysieke lichaam achterlaat. Uittredingservaringen worden in alle culturen gerapporteerd en doen zich meestal spontaan voor (overdag of tijdens de slaap, in een toestand van narcose, of tijdens een toestand van klinische dood). Sommige mensen beweren in staat te zijn bewust af en toe bij zichzelf een OBE te kunnen opwekken. Een uittreder die ervaart dat hij buiten zijn lichaam is, kan elders waarnemingen doen (‘Ik trad uit en zag in naburige stad A, dat een brandweerauto in het water was gereden’), die later bij controle blijken te kloppen. Dat kan gezien worden als ESP, want hij had gelijk. De bewering van de uittreder dat hij werkelijk zijn lichaam verliet is daarmee nog niet bewezen. De uittreding is een fascinerende ervaring die relatief veel voorkomt (10% van de mensen heeft een OBE gehad), en die wordt onderzocht in de parapsychologie.

Paranormale therapie
Een paranormaal therapeut probeert verbetering teweeg te brengen in iemands gezondheidstoestand. Het gaat dan om ‘handoplegging’ of 'strijken', waarvan een tot nu toe onverklaarde heilzame werking lijkt uit te gaan. Deze therapievorm is bijzonder populair (meer dan 2.000.000 keer per jaar wordt in Nederland een paranormaal therapeut geconsulteerd) en de patiënten melden inderdaad verbetering. Maar wat hier precies het paranormale is, is nog niet ontdekt. Ongetwijfeld speelt suggestie een belangrijke rol in de dagelijkse praktijk van de paranormaal therapeut. De resultaten van experimenten die zo zijn opgezet dat er van suggestie geen sprake kan zijn, geven echter aanleiding tot de gedachte dat er meer aan de hand is. Onderzoekers denken dan aan de mogelijkheid van paranormale beïnvloeding en aan de werking van ‘subtiele energie’ (zie de delen 3 en 8 van de reeks). In Nederland kunnen verpleegkundigen een cursus TT (Therapeutic Touch) volgen. Men leert dan in een korte tijd een gesystematiseerde vorm van paranormale therapie (zie deel 8).

In deze inleiding gaat het er om dat de hierboven beschreven verschijnselen (in spiritisme, reïncarnatie, uittredingen, en paranormale therapie) voor de parapsycholoog altijd gezien kunnen worden als ESP of als PK, en als spontaan geval of als experiment.
We kunnen het ook zo formuleren; spiritisme, reïncarnatie en uittredingen zijn interpretaties van van paranormale verschijnselen. Men kan een buitenzintuiglijke waarneming hebben, en dus ESP vaststellen, en vervolgens zeggen; geesten van overledenen fluisterden mij dat in (spiritisme), of ik herinnerde me dat uit een vorig leven (reïncarnatie), of ik reisde er astraal naar toe (uittreding). Ook de denkbeelden van veel paranormaaltherapeuten zijn een interpretatie van wat een parapsycholoog voorlopig ‘gewoon’ PK of ESP noemt.


3. Vragen

3.1 Is ieder mens paranormaal begaafd?

Men ziet paranormaal begaafde mensen vaak als bijzonder, als anders dan anderen. Dat is onterecht. Ten eerste is uit onderzoek gebleken dat paranormaal begaafde mensen (paragnosten) in experimenten lang niet zo uitzonderlijk goed zijn als zij zelf dikwijls zeggen, een enkele uitzondering daargelaten. Ten tweede blijken ‘gewone mensen’ die zichzelf niet paranormaal begaafd zouden noemen, het in de regel even goed te doen in experimenten als paragnosten. Bij de meeste mensen lijken paranormale vermogens echter slechts latent aanwezig te zijn en sporadisch (weinig paranormale ervaringen in het dagelijks leven), of zwak (de resultaten van geslaagde parapsychologische experimenten zijn in de regel veel minder spectaculair dat men denkt) tot uiting te komen.
In de parapsychologie gaat men er vooralsnog van uit dat paranormale vermogens zich niet onderscheiden van andere menselijke vermogens. Zoals ieder mens in beginsel kan schilderen maar niet iedereen het in zich heeft om een Rembrandt of een Rubens te worden, zo kan ook ieder mens paranormale ervaringen hebben maar zijn we niet allemaal een Tholen of een Croiset, om maar eens de twee meest uitzonderlijke paragnosten te noemen die Nederland ooit gehad heeft.
De vraag ‘is ieder mens paranormaal begaafd’ kan daarom het beste als volgt beantwoord worden: ieder mens kan meer of minder paranormale ervaringen hebben, maar slechts weinig mensen hebben er zoveel dat we kunnen spreken van een paranormale gave.


3.2 Wel of niet een paragnost raadplegen?

Door het onjuiste beeld dat bestaat over paragnosten, zoeken veel mensen contact met een helderziende (zoals de paragnost in de volksmond wel genoemd wordt, in het Engelse taalgebied spreekt men van een ‘psychic’). In de regel echter zijn de verwachtingen sterk overdreven. Een consult bij een paragnost is psychologisch zeer complex. De normale psychologie kan erg veel verklaren van de ‘paranormale’ gebeurtenissen die cliënten van paragnosten melden. We moeten niet vergeten dat een paragnost in de regel in een praktijk werkt, waar veel mensen binnenkomen. Iemand die gewoon goed uit zijn ogen kijkt, kan aan die mensen vaak al heel wat zien, zonder daar paranormaal begaafd voor te hoeven zijn. Misschien denkt u nu ‘...maar ik heb toch meegemaakt, bij mijnheer X, dat hij de spijker op zijn kop sloeg ... enz.’. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat veel consulten bij paragnosten wazige aangelegenheden zijn, waar zowel de ‘paragnost’ (die -onbewust- indruk wil maken) als de cliënt (die onkritisch is en te snel denkt dat wat hij meemaakt paranormaal is) schuldig aan zijn. In de praktijk merken wij dat men daar niet altijd kennis van wil nemen, mogelijk omdat het ideaalbeeld van de paragnost erdoor aangetast wordt. De realiteit is niet altijd aangenaam; er zijn veel mensen die zich paragnost noemen, maar slechts weinigen die het werkelijk zijn. En zelfs als dat het geval is, is het beslist niet zo dat alles wat een paragnost zegt of doet paranormaal is. Veel uitspraken van goede paragnosten zijn onjuist of vaag en veel ‘treffers’ kunnen verklaard worden met normale mensenkennis of met normale waarneming. De eerste paragnost die vaak en gedetailleerd de toekomst kan voorspellen moet nog geboren worden. Een goede paragnost echter weet dat en is zich bewust van zijn eigen feilbaarheid.
Soms wordt een paragnost ingeschakeld als deskundigen falen. Dat gebeurt wel bij persoonsvermissingen en ernstige misdrijven. Slechts zeer incidenteel kunnen paragnosten een bijdrage leveren aan het oplossen van een zaak waar de politie mee bezig is. Op zichzelf is het natuurlijk al heel bijzonder dat een paragnost soms inderdaad juiste indrukken heeft over een zaak waar de politie in het duister tast (zie deel 3). Een goede paragnost zal zich verre houden van uitspraken over andermans toekomst. Het beste advies is dan ook om in zaken als echtscheiding, het zoeken van een baan, het investeren van een kapitaal en wat dies meer zij, niet de hulp in te roepen van een paragnost maar zich te wenden tot mensen die ter zake kundig zijn.
Dit alles geldt niet voor het bezoek aan een paranormaal therapeut (in de volksmond ook wel ‘paranormaal genezer’ genoemd). Hun prestaties (het stimuleren van genezing) liggen over het algemeen veel hoger dan die van paragnosten. En als een paranormaal therapeut óók als paragnost werkt, zijn zijn medische resultaten vaak veel beter dan zijn paranormale waarnemingen. In tegenstelling tot paragnosten, kennen paranormaal therapeuten beroepsverenigingen met tuchtrecht, prijsafspraken enz. (zie deel 8 van deze reeks).


3.3 Zijn paranormale vermogens te ontwikkelen?

Het is opvallend dat er tegenwoordig juist bij mensen, die slechts in geringe mate blijk geven van paranormale vermogens, een sterke behoefte bestaat om deze verder te ontwikkelen. En zoals altijd, wanneer er een vraag is, heeft ook hier het aanbod niet lang op zich laten wachten. Overal verschijnen advertenties die methoden aanprijzen waarmee men zijn helderziende of psychokinetische vermogens zou kunnen stimuleren. In het algemeen betreft het hier variaties op klassieke ontspanningstechnieken als meditatie en yoga.
Patañjali, de Indische grondlegger van de raja-yoga, spreekt zich echter nadrukkelijk uit tegen het zomaar ontwikkelen van paranormale vermogens, door hem siddhis genoemd. In sutra 38 verklaart hij dat paranormale krachten het bereiken van verlichting in de weg staan. Het eventueel ontwikkelen van paranormale vermogens dient, aldus Patañjali, te geschieden nadat men de mystieke eenheid gevonden heeft, en niet ervoor. Zaken als helderziendheid, telepathie en psychokinese moeten niet, zoals in het geval van de meeste hedendaagse wonder-methoden, een doel op zich worden.

Bij paranormale therapie ligt dat anders. Een paranormaal therapeut vertelt vaak dat zijn vermogens in het verleden veel minder nadrukkelijk aanwezig waren. Met het verstrijken van de jaren heeft hij er een grotere beheersing over gekregen en zijn prestatieniveau verbeterd. Bij de meeste paranormaal therapeuten is dit een natuurlijk verlopend proces. Een meer gesystematiseerde vorm van paranormale therapie zoals die tegenwoordig aan verpleegkundigen onderwezen wordt, kan tamelijk gemakkelijk geleerd worden (zie deel 8). Een ander type ervaring waarin mensen zich lijken te kunnen bekwamen is de buitenlichamelijke ervaring (en de daarmee verwante ‘lucide droom’, zie deel 5)


3.4 Kun je je ‘afsluiten’ voor paranormale indrukken?

Ook al heeft het paranormale een grote aantrekkingskracht op veel mensen, niet iedereen is even blij met paranormale ervaringen. Het kan zelfs heel vervelend zijn. Het is bijvoorbeeld geen prettige gewaarwording om pijnen van andere mensen op te pikken of allerlei akelige gebeurtenissen te voorzien die dierbare familieleden of vrienden mogelijk te wachten staan. Sommige mensen willen daar van af en wenden zich tot een paranormaal therapeut.
Zij menen veelal dat mensen inderdaad 'afgesloten' kunnen worden voor een teveel aan paranormale indrukken. Dat 'afsluiten' geschiedt dan meestal door het hoofd van de desbetreffende persoon te magnetiseren. De effectiviteit van dergelijke behandelingen is volstrekt onbekend. Incidenteel schijnt het wel succes te hebben, maar vaak ook is er nauwelijks sprake van een effect.
Afsluiten, of het nu kan of niet, lijkt niet bepaald de meest optimale oplossing. Beter is het om de desbetreffende persoon te leren dusdanig met zijn ervaringen om te gaan dat hij ze integreert in zijn gewone dagelijkse leven en dat hij zich er niet door láát beheersen.


3.5 Wat doet een parapsycholoog?

Een parapsycholoog is een weten-schappelijk onderzoeker, iemand die met in de wetenschap aanvaarde methoden en technieken werkt. De uitkomsten van dit onderzoek worden door middel van boeken, tijdschriften en internet publiekelijk toegankelijk, zodat collega's die onderzoeksresultaten kunnen controleren. Een parapsycholoog is dus geen paragnost of paranormaal therapeut, en is ook niet bezig met het ‘oproepen van geesten’.

Parapsycholoog = een wetenschappelijk onderzoeker van paranormale verschijnselen

Paragnost = iemand die beweert veel paranormale ervaringen te hebben en zijn psi doelgericht te kunnen gebruiken en mensen de mogelijkheid biedt om hem/haar te consulteren

Paranormaal therapeut = iemand die met de handen strijkende bewegingen maakt vlakbij het lichaam van degene die behandeld wordt, zich daarbij laat sturen door eigen gevoelens en ervaringen en de intentie heeft de gezonheidstoestand van degene die behandeld wordt te verbeteren

Spiritist = iemand die gelooft dat het mogelijk is om in contact te treden met overledenen, en tracht door middel van diverse technieken dit contact tot stand te brengen

De prestaties van paragnosten zijn vooral de laatste tijd veel onderzocht. Hierboven zagen we dat in het algemeen gezegd kan worden dat paragnosten in de regel veel minder presteren dan zij zelf dikwijls beweren. Daar zijn slechts hier en daar uitzonderingen op (zie deel 3). Hetzelfde geldt voor spiritisten. We kunnen (en willen) niet uitsluiten dat het mogelijk is om in contact te treden met overledenen. Zeker is echter dat alles wat spiritisten daarover beweren, met een combinatie van gewone psychologie en parapsychologie verklaard kan worden. Een ondubbelzinnig antwoord op de vraag of die verklaringen er in enkele gevallen wat gekunsteld uitzien is niet te geven. Dat probleem moet u zelf overdenken en daarbij tot een eigen standpunt zien te komen indien u een standpunt wenst in te nemen (zie deel 6).

Al met al kunnen we stellen dat de parapsychologie een wetenschap is, evenals de biologie, de natuurkunde, de sociologie, of de psychologie. De vaak gehoorde vraag ‘gelooft u in parapsychologie’ is daarom wat vreemd. Niemand zal vragen ‘gelooft u in biologie?’ De parapsychologie probeert feiten aan te dragen, die als argument kunnen gelden voor of tegen het bestaan van para-normale verschijnselen. En, wat nog belangrijker en constructiever is, de parapsychologie probeert die verschijnselen beter te begrijpen.
Het is niet zo dat alle paranormale verschijnselen al lang en breed ondubbelzinnig zijn aangetoond, of dat zij geen vragen meer zouden oproepen. Ook is het niet zo dat de parapsycholoog alle psi-fenomenen wil ‘weg-verklaren’, of juist gebrand is op het leveren van bewijzen. In de parapsychologie probeert men, zoals het elke wetenschap betaamt, onbevooroordeeld te werk te gaan. Men wil het psi-fenomeen leren kennen door de processen die daarbij een rol spelen steeds beter in beeld te krijgen. Onderzoekers stellen ook theorieën op en testen die in experimenten. Zo schreidt het onderzoek stapje voor stapje voort, net zoals dat in elke andere wetenschap gaat. Er worden dan ook wel degelijk vorderingen gemaakt (zie vooral de delen 2 en 3 van deze reeks). Toch is de parapsychologie voor de buitenstaander nog steeds gehuld in een ‘geheimzinnige mist’. Dat komt omdat het paranormale buitenzintuiglijk is, zich soms buiten de grenzen van ruimte en tijd beweegt, of onbekende fysische gebeurtenissen teweeg brengt. De aard van de paranormale fenomenen stelt meer aan de orde dan die fenomenen zelf.


4. Nieuwe termen: anders denken?

4.1 Psi is anomaal

Wanneer de grenzen van ruimte en tijd overschreden worden, of wanneer voorwerpen zonder verklaarbare reden in beweging komen, spreken we van fundamentele afwijkingen van wat we normaal vinden. Behalve van de term para-normaal, wordt tegenwoordig steeds meer de term ‘anomaal’ (van Grieks anomalie, afwijking) gebruikt. Het anomale, de anomalie, is afwijkend tegen de achtergrond van de normale wereld, die door het heersende paradigma wordt beschreven. Paradigma betekent letterlijk ‘voorbeeld’, voorbeeld van het normale. Deze termen zijn ingevoerd in de wetenschapsfilosfie door Th. S. Kuhn, en worden ook gebruikt in de parapsychologie.
Kuhn stelde het zo: elke tak van wetenschap heeft zijn eigen paradigma. Een paradigma is een voorbeeld van een wetenschappelijke prestatie die model staat in een bepaalde wetenschap. In dat vakgebied wordt de student getraind in het toepassen van het succesvolle paradigma. Dat paradigma formuleert in een vakgebied de problemen en ook de mogelijke oplossingen, want een probleem los je op door het met behulp van het paradigma (het voorbeeld, het succevolle model) aan te pakken. Paradigma's bepalen zodoende de onderzoekspraktijk. Tot zover is er nog niets ernstigs aan de hand, en is de gewone gang van zaken in een willekeurig vakgebied beschreven.
De paradigma's geven echter impliciet ook aan welke verschijnselen niet kunnen voorkomen. Iets wat in de meeste paradigma's niet kan is bijvoorbeeld; iets waarnemen zonder je bekende zintuigen te gebruiken. Toch komt het wel degelijk voor dat iemand iets waarneemt zonder zijn bekende zintuigen te gebruiken. Zulke afwijkingen, verschijnselen die ‘niet kunnen voorkomen’ heten anomalieën (letterlijk; ‘afwijkingen’) en irriteren veel onderzoekers. Als je psycholoog bent, en het lijkt erop dat de mens toegang kan krijgen tot informatie waar hij met zijn zintuigen niet bij kan (terwijl bekende vormen van afleiden van die informatie zijn uitgesloten), kijk je daarvan op omdat het niet past bij wat je (paradigma) voor mogelijk houdt. De meeste psychologen zijn dan geïrriteerd en leggen de anomalie naast zich neer. De beste illustratie daarvan is het feit dat van de beschikbare onderzoeksgelden in de psychologie minder dan 0,5 % wordt aangewend voor parapsychologisch onderzoek. En dat terwijl het in de parapsychologie om grensverleggend onderzoek gaat waarin de menselijke psyche centraal staat.

Als men eenmaal de anomalie onder ogen ziet, begrijpt men dat een oplossing van dit speciale probleem alleen mogelijk is door het paradigma te veranderen. Maar een onderzoeker is dikwijls niet alleen gewend om met een bepaald paradigma te werken, hij heeft zich ermee geïdentificeerd. Hij komt maar moeizaam tot besef en acceptatie van een anomalie, juist omdat een anomalie hem dwingt tot wijziging van zijn paradigma. Hoewel die stap niet snel wordt gezet en men doorgaans op allerlei manieren probeert heersende paradigma's te redden en de anomalie te zien als een ‘normaal’ probleem dat ooit in de toekomst nog wel opgelost zal worden, ziet Kuhn in de geschiedenis van de wetenschap tal van voorbeelden van paradigma-wijzigingen of wetenschappelijke revoluties. Dikwijls wordt de overgang van het geocentrische (de zon draait om de aarde) naar het heliocentrische wereldbeeld (de aarde draait om de zon) als voorbeeld genoemd van zo'n paradigmawijziging. Kuhn's term anomalie wordt tegenwoordig steeds vaker gebruikt om het psi-fenomeen aan te duiden. Men spreekt bijvoorbeeld van ‘anomale cognitie’ als men paranormale waarneming bedoelt, en van ‘anomale perturbatie’ (beweging) als men PK bedoelt.

Kuhn's ideeën over wetenschappelijke revoluties hebben niet alleen de wetenschapsfilosofie sterk beïnvloed. Veel van wat er in het vakgebied van de parapsychologie gebeurt, is terug te vinden in zijn beschrijvingen. De anomalie wordt eerst genegeerd, daarna voorzichtig bekeken en onderzocht, vooral door de jongere garde (die zich nog niet helemaal met een bepaald paradigma heeft geïdentificeerd). Als de anomalie dan een beetje geaccepteerd is, probeert men aan het paradigma te sleutelen, om meer vat te krijgen op de anomalie. Tenslotte ontstaat er een discussie in het vakgebied, en komt er een nieuw paradigma naar voren. Dat wordt dan de leidraad voor de toekomst.
In de parapsychologie zijn we nog niet zo ver. De psi-anomalie ligt nog niet eens op het bureau van de meeste psychologen. En voor zover dat wel het geval is, kijken de meesten er nog niet naar (terzijde: in de Renaissance wilden kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders niet door de kijker van Copernicus kijken, want wat hij beweerde kon sowieso niet omdat het in strijd was met hun bijbels paradigma). In de parapsychologie zelf echter is men bezig de psi-anomalie steeds beter in beeld te krijgen en er zijn inmiddels zelfs theorieën over psi. Het vakgebied is enorm in beweging en wint langzaam aan belangstelling binnen de psychologie. Terzijde wijzen we erop dat er problemen kleven aan het overzetten van Kuhn's ideeën naar de psychologie en de parapsychologie. Daar gaan we nu niet op in. Het belangrijkste was om u bekend te maken met Kuhn's begrippen ‘paradigma’ en ‘anomalie’, en met de interessante relatie daartussen, toegepast op de parapsychologie. In het psi-onderzoek worden deze begrippen steeds vaker gebruikt.


4.2 Bestaan of niet bestaan, dat is de kwestie

Een volkomen sluitend bewijs van het bestaan van een ‘waarheid’ kan alleen geleverd worden in wetenschappen die zich slechts op papier afspelen, zoals logica en wiskunde. Wie bijvoorbeeld een bewijs vindt voor een meetkundige stelling, beroept zich op de axioma's. Dat zijn afspraken die wiskundigen gezamenlijk maken.
Voor alle andere wetenschappen is het proefondervindelijke experiment onmisbaar, zowel in de exacte wetenschappen zoals natuurkunde en scheikunde, als in de menswetenschappen. Naar de uitkomsten van het proefondervindelijke experiment, de empirie, ervaring, kan op verschillende manieren gekeken worden, afhankelijk van de ‘bril’ die een onderzoeker op heeft. Onderzoekers zonder bril bestaan niet en daarom bestaan er, met name in de mens-wetenschappen waarin de menselijke ervaring een rol speelt geen eenduidige en ondubbelzinnig uitspraken over de menselijke psyche. Het is daarom niet terecht van de parapsychologie een mate van waterdichtheid en ondubbelzinnigheid te eisen waar andere menswetenschappen niet aan kunnen voldoen.
Discussies over het ‘bestaan’ van psi hebben alleen zin als men aangeeft wat men onder een bewijs daarvoor ver-staat. Feit is in ieder geval dat bepaalde paranormale verschijnselen, zoals telepathie, helderziendheid en psychokinese inmiddels voldoende in experimenten zijn aangetoond op een manier die voldoet aan de maatstaven psychologen hanteren. Van spiritisme, reïncarnatie en uittredingen kunnen we slechts zeggen dat er mogelijk een kern van waarheid in zit, omdat mensen (vaak niet de domste) door de eeuwen heen en in alle culturen ervaringen melden die daarop wijzen, terwijl er niemand is die kan aantonen dat de mens niet kan voor(t)bestaan of zijn lichaam verlaten.


5. Gisteren, vandaag en morgen

5.1 Enkele historische feiten

Tot slot geven we wat informatie over enkele belangrijke mijlpalen van de parapsychologie en wat praktische informatie. De parapsychologie is nog maar een jonge wetenschap. De eerste grote stappen werden aan het eind van de vorige eeuw gezet door de Engelse Society for Psychical Research (SPR); ‘psychical research’ is de oude term voor parapsychologisch onderzoek.
De onderzoekers van de SPR waren persoonlijk, soms op grond van eigen ervaringen, geïnteresseerd geraakt in verschijnselen als telepathie, helderziendheid en spiritisme. Niemand had er echter ooit gericht wetenschappelijk onderzoek naar gedaan en er was dus nauwelijks iets over bekend. Er bestonden soms niet eens namen voor. Een aantal SPR-leden van het eerste uur, zoals F.W.H. Myers, F. Podmore, E. Gurney en H. Sidgwick, heeft zo exact mogelijk ervaringen, die we nu paranormaal noemen, opgetekend, geanalyseerd en benoemd.
Later, in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog werd in Amerika door vooral J.B. Rhine een experimentele benadering van paranormale verschijnselen gehanteerd, die in de loop der jaren steeds verder werd verfijnd (zie o.a. de delen 2 en 3 van deze reeks).
In 1969 werd de parapsychologie toegelaten tot het hoogste wetenschappelijk orgaan in de VS (The American Association for the Advancement of Science, AAAS). De reden voor toelating was niet gelegen in het feit dat de wetenschappelijke wereld van het bestaan van psi overtuigd was geraakt. De toelating was gebaseerd op het feit dat men in de parapsychologie met wetenschappelijke methoden en technieken naar psi zocht.
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn er nieuwe analyse-technieken ontwikkeld en ingevoerd. Deze hebben het werkelijk bestaan van psi voldoende aannemelijk gemaakt, ook in de ogen van veel wetenschappers die er sceptisch tegenover staan (zie deel 2 en 3). Dat deze kennis maar langzaam doordringt tot buiten het vakgebied van de parapsychologie hoort bij de aard van het psi-fenomeen zelf. Hierboven hebben we gezien dat een anomalie veel academici irriteert, dat zij er niet naar willen kijken, ook al liggen de onderzoeksverslagen op hun bureau. In veel discussies over psi heeft men een negatieve mening snel klaar, ook al is men in het geheel niet op de hoogte van de positieve ontwikkelingen in de parapsychologie van de laatste twintig jaar.


5.2 Onderwijs en onderzoek in de parapsychologie in Nederland

Nederland heeft altijd een vooraanstaande rol gespeeld op het gebied van de parapsychologie. In 1920 werd in navolging van de Britse SPR de Nederlandse Studievereniging voor Psychical Research (dus ook SPR) opgericht en in die beginjaren werd vooral veel onderzoek verricht door de internationaal bekende psycholoog en filosoof prof. dr. G. Heymans.
Vanaf 1928 verscheen er, aanvankelijk onafhankelijk van de SPR, een wetenschappelijk tijdschrift, het Tijdschrift voor Parapsychologie, dat in 1946 het officiële orgaan van de SPR werd.
De jaren dertig waren een mijlpaal voor de parapsychologie in Nederland, omdat toen dr. P.A. Dietz en dr. W.H.C. Tenhaeff als docenten parapsychologie werden benoemd aan de Universiteiten van Leiden en Utrecht.
In 1953 maakte de parapsychologie opnieuw een sprong voorwaarts, toen Tenhaeff's aanstelling in Utrecht werd omgezet in een bijzondere leerstoel. Ook internationaal was dit een belangrijke gebeurtenis. Een bijzonder hoogleraar wordt benoemd door een buiten-universitaire instelling, in dit geval de SPR. Tenhaeff was nu dus hoogleraar en kreeg van de universiteit voor zijn onderzoekswerk het Parapsychologisch Instituut tot zijn beschikking. Dit instituut bestaat tot op heden en is samen met de SPR de enige plaats in Nederland waar op regelmatige basis parapsychologisch onderzoek verricht wordt. Het Tijdschrift voor Parapsychologie is vandaag de dag het gezamenlijke product van de SPR en het Parapsychologisch Instituut. Het is voor het Nederlandse taalgebied de beste bron voor wie op de hoogte wil blijven van de ontwikkelingen in het vakgebied van de parapsychologie in binnen- en buitenland, de uitkomsten van het onderzoek, aankondigingen en verslagen van congressen, verschenen boeken en ander nieuws.
Toen Tenhaeff benoemd werd tot bijzonder hoogleraar was hij 59 jaar oud. In de jaren zestig werd, gezien Tenhaeff's leeftijd, een opvolger gezocht. Het bleek echter niet zo eenvoudig een kandidaat te vinden, die de goedkeuring van zowel de universiteit als Tenhaeff kon wegdragen. In 1973 werd aan de Utrechtse universiteit naast Tenhaeff de Zweed prof. M.U. Johnson benoemd als gewoon hoogleraar. Hij kreeg tevens de beschikking over een eigen Parapsychologisch Laboratorium, dat in 1988 wegens bezuinigingen werd gesloten. Tenhaeff bleef bijzonder hoogleraar tot hij in 1978 in die hoedanigheid werd opgevolgd door prof. H. van Praag.
Met zijn indiensttreding werd het Parapsychologisch Instituut een zelfstandige onderzoeksinstelling die los staat van de universiteit en de SPR. In 1986 trad Van Praag af als bijzonder hoogleraar. In 1991 werd prof. dr. D.J. Bierman de nieuwe bijzonder hoogleraar en opvolger van Van Praag aan de Utrechtse universiteit De leiding over het Parapsychologisch Instituut werd in datzelfde jaar overgedragen aan D.J. Bosga M.A., die zich onder meer richtte op het realiseren van onderzoeksfacilliteiten volgens de nieuwste methodieken, het inrichten van een bibliotheek, het organiseren van cursussen en het voortzetten van de hulpverleningsafdeling, die door Van Praag in het leven was geroepen. Onder Bosga is het Parapsychologisch Instituut sterk gemoderniseerd en een laagdrempelige instelling geworden. Daarnaast zijn Bosga en Martine Busch M.A. de initiatiefnemers geweest die vanuit het Parapsychologisch Instituut het Van Praag Instituut hebben opgericht (zie deel 8 van deze reeks), waar men zich onder meer bezig houdt met het introduceren van Therapeutic Touch in de gezondheidszorg in Nederland. Het Van Praag Instituut staat onder leiding van Martine Busch M.A.Thans staat het Parapsychologisch Instituut onder leiding van dr. Hans Gerding..
De bijzondere leerstoel van de SPR aan de Universiteit Utrecht en het Parapsychologisch Instituut te Utrecht maken het gezamenlijk en in samenwerking mogelijk gemaakt dat er op dit moment in Nederland sprake is van onderwijs aan studenken en leken, dat er onderzoek op het gebied van de parapsychologie gedaan wordt, dat er hulpverlening is voor mensen met paranormale ervaringen en dat er degelijke informatievoorziening is in de vorm van een bibliotheek, het Tijdschrift voor Parapsychologie en een website.

Zoals we hiervoor al zagen, gaat het in de parapsychologie tenslotte om niets meer of minder dan om grensverleggend onderzoek. Een beter begrip van paranormale verschijnselen zou grote gevolgen kunnen hebben voor het denken over mens en wereld. Binnen de muren van de academische gemeenschap begint daar op zeer bescheiden schaal meer belangstelling voor te komen. Dat heeft tot gevolg dat de moderne para-psychologie een vakgebied is waarin onderzoekers van verschillende vakgebieden sa-men-werken: psychologen, medici, antropologen, biologen, natuurkundigen, filo-sofen, etc.. Met andere woorden: de parapsychologie is een interdisciplinair vakgebied, wat betekent dat het tussen de andere wetenschappen staat en met vele daarvan raakvlakken heeft.
(Tip: studenten die erover denken om binnen het kader van hun studie iets aan parapsychologie te doen, kunnen dat in Nederland realiseren. Bel naar het instituut voor meer informatie).


5.3 Psi en internet

Het vakgebied van de parapsychologie is maar klein en dat heeft het voordeel van overzichtelijkheid. Nu door een medium als internet de wereld sowieso al kleiner geworden, is het mogelijk om in één avond langs alle belangrijke parapsychologie-‘sites’ te surfen. U heeft dan in een keer een goed overzicht van de actuele wereld van het parapsychologisch onderzoek. U begint gewoon bij ons, de site van de nederlandse Parapsychologie, die wordt onderhouden door het Parapsychologisch Instituut in in Utrecht en de leerstoel Parapsychologie aan de Universiteit Utrecht,(www.parapsy.nl). Daar ziet u wie wij zijn, wat wij doen, en nog enkele verrassingen. Tevens vindt u daar de ‘links’ (doorverwijzingen) naar andere plaatsen in de wereld waar men serieus met parapsychologie bezig is. Dat zijn afdelingen van universiteiten en onafhankelijke onderzoeksinstellingen. Bij een aantal ervan kunt u, zo van achter uw computer, direct meedoen aan een experiment.

[top]